Droombaan

Voor de serie ‘droombaan’ zijn Yvet Ellenkamp en Sanne van der Meij op zoek gegaan naar de toekomst van Bospolder-Tussendijken. Dit deden ze door kinderen van de Nicolaasschool te vragen naar hun droombanen.

Basketballmeester

Vince
Vince heeft elke woensdag basketball-training en is dus al een eind op weg zijn droom te realiseren; basketballmeester worden. Of misschien toch professioneel basketballer. Die twee kunnen wel goed samen, denkt hij. De regels van het spel kent hij al; het verschil tussen een gewoon schot op de basket en een driepunter legt hij haarfijn uit. 

Dansjuf

Drppmbaan LinaLina
Lina krijgt later een druk bestaan. Naast juffrouw van groep 1/2 op de Nicolaasschool, waar ze op dit moment zelf in groep 6 zit, wil ze ook graag dansjuf worden. De indeling heeft ze wel al duidelijk: twee dagen lesgeven op school, drie dagen in de gymzaal. Omdat ze zo’n druk programma krijgt vindt ze wel dat ze een auto nodig heeft, het liefst ook een rijbewijs. Hoe moet ze anders telkens van de dansschool naar de Nicolaasschool? 

Haktan en Michelle:
Haktan wil president worden, het liefst van heel Nederland. Michelle ook (nadat ze overwoog koningin van Polen te worden, maar helaas is die positie al door haar tante vervuld). Voor een concurrentiestrijd zorgt dit niet: “Dat is handig als we op vakantie willen”, stelt Haktan: “Dan kan Michelle president zijn als ik weg ben”. Nederland verdelen ze in tweeën, Michelle wil graag het gedeelte zónder boeven. De problemen die het toekomstige presidenten-team gaat pakken zijn divers; straten moeten schoon en opgeruimd zijn, boeven moeten naar het gevang en, misschien wel de belangrijkste: juffen en meesters moeten meer geld krijgen. Samenwerken zien ze wel zitten, want in je eentje is het presidentschap wel erg druk. Wel wordt alvast nagedacht over de indeling van het presidentskantoor, want met z’n tweeën op één stoel is misschien niet zo praktisch…
 
 
 
 
 
Joël:
Joel wordt wetenschapper. Zo’n eentje met een labjas en veiligheidsbril, in een laboratorium dat hij zelf gebouwd heeft (“Of misschien moet mijn vader een klein beetje helpen”). Daar gaat hij, omgeven door flesjes, dopjes en microscopen, ontdekken uit welke moleculen dingen bestaan. Hij heeft nog flink wat te onderzoeken, pas ontdekte hij namelijk dat eigenlijk alles uit moleculen bestaat. Het potlood op de  schooltafel heeft hij in ieder geval al onderzocht: dat bestaat uit hout-moleculen en grafiet-moleculen.